Jits Dumarey

Iz Wikiverza
Jump to navigation Jump to search

Space in literature and literature in space

De artikels onder dit thema gaan allemaal over sociaalgeografische ruimte en hoe deze verbonden is met de ontwikkeling van Sloveense literatuur en hun literaire cultuur. Op verschillende vlakken wordt de ontwikkeling van de wederzijdse beïnvloeding tussen beide factoren uitgelegd. Er wordt aandacht besteed aan de productie, de distributie en de ontvangst van literaire werken. Ook wordt er gekeken naar de media en de instituties die leidinggevend zijn geweest voor de literatuur en de ontvangst ervan. Bovendien test men de bruikbaarheid en waarde van geografische kaarten bij het uitleggen van de ruimtelijke ontwikkeling van de literaire cultuur. Verder worden in deze inleiding de verschillende artikels en auteurs van dit themanummer opgesomd samen met een korte inhoud van de desbetreffende artikels.

De connectie tussen ruimte en literatuur vind ik een interessant thema. Zelf denk ik namelijk dat er een sterke connectie tussen beide bestaat. Ik was dan ook benieuwd naar de verschillende onderwerpen in dit themanummer. Bij het lezen van de inleiding wist ik echter onmiddellijk waar ik me aan moest verwachten. Er wordt duidelijk melding gemaakt van hetgeen behandeld zal worden.

Sleutelwoorden: Sloveense literatuur, literaire cartografie, literaire geografie

Space in Slovene literary studies: critical editions of the classics (Miran Hladnik)[uredi]

In dit artikel, geschreven door Miran Hladnik, ligt de nadruk op ruimte in de narratologie, in het genre onderzoek van landelijk en regionaal proza en in de historische roman. Om zijn onderzoek te staven, gebruikt hij vooral Ivan Tavčars werk in de editie van Marja Boršnik. Miran Hladnik gebruikt haar commentaar om een indeling te maken van de verschillende reacties op ruimte. Het grootste deel van haar notities betreffen ruimtelijke gegevens die gerelateerd zijn aan bestaande geografische locaties. Met die info wordt het makkelijker om de achtergrond van de schrijvers te verstaan en hen zo een plaats te kunnen geven in de canon. Sommige notities benadrukken net de creativiteit van de auteur waardoor een veronderstelde bestaande geografische plaats toch niet voorkomt in de realiteit. Nog andere commentaren gaan over de plaats waar het werk tot stand is gebracht of de onmogelijkheid om onduidelijke of opzettelijk verborgen gehouden plaatsnamen te linken met een reële plaats. Naast dit alles benadrukt Hladnik dat ruimtelijke aantekeningen waardevol zijn voor culturele identificatie en conceptualisering van plaatsen. Hij maakt ons eveneens bewust van het feit dat het literaire effect van de tekst ontstaat door de constante wisselwerking tussen de verbeelding van de auteur en de realiteit. Het gevolg daarvan is dat we steeds voorzichtig moeten omspringen met ruimtelijke gegevens.

Het is een boeiend artikel met een logische opbouw. Volgens mij heeft Hladnik met behulp van Boršnik haar bijgevoegde commentaar een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de verschillende waarden en valkuilen van ruimtelijke gegevens die voorkomen in literaire werken. Daarnaast heeft hij goed uitgelegd waar de interactie tussen creativiteit en werkelijkheid plaatsvindt. Hladnik heeft zeker gelijk als hij praat over culturele identificatie wanneer de ruimtelijke gegevens een plaats aangeven waar lezers zich mee kunnen identificeren.

Sleutelwoorden: Sloveense literatuur, literaire geografie, regionale proza, historische roman

At the juncture of literature and geography: literature as a subject of geographic inquiry in the case of Slovene Istria (Mimi Urbanc, Marko Juvan)[uredi]

Literatuurwetenschap en geografie hebben op het eerste gezicht niet veel gemeen. Er bestaan echter enkele raakvlakken tussen beide disciplines. Deze worden behandeld in het artikel van Mimi Urbanc en Marko Juvan. De geografie heeft zich de laatste tijd meer tot de postmodernistische menswetenschappen gericht, waardoor deze twee vakgebieden dichter naar elkaar toegegroeid zijn. Het kruispunt tussen beide wordt vaak “literaire geografie” genoemd. De postmoderne geografie neemt enkele concepten uit de literatuurwetenschap over met name intertekstualiteit en de uitdrukking “landschap als een tekst” ofwel geografische verbeelding. Geografische verbeelding is gebaseerd op het feit dat culturele voorstellingen zowel emotionele als ideologische waarde hebben. Die verbeelding helpt vervolgens mensen hun identiteit en wereldbeeld te vormen. Verder vermeldt het artikel nog andere begrippen zoals topophilia, anderen en alteriteit, plaatsloosheid en “het gevoel van plaats”. Dit laatste begrip wijst op de subjectieve ervaring waarbij een persoon gevoelens en emoties koppelt aan een bepaalde plaats. Daarmee gaat het gevoel van verbondenheid gepaard. Dit gegeven is ook een basis voor het creëren van identiteitsvorming. Tenslotte worden alle bovenstaande termen toegepast op literaire werken over Sloveens Istrië. Men toont dat er via de literatuur een soort Istrische identiteit en regionale mythe gecreëerd wordt die nu nog steeds verder leeft.

Het artikel heeft me laten inzien dat er vele parallellen zijn tussen geografie en literatuurwetenschap, waar ik absoluut geen weet van had. Het is interessant hoeveel uitgebreider beide vakgebieden worden door deze ontwikkelingen. Zoals de conclusie weergeeft, kan men nu via literatuur de relatie tussen de omgeving, identiteitsvorming en de gevoelens die een bepaald landschap te weeg brengt, onderzoeken. Ook wordt er meer aandacht besteed aan de mening van mensen, wat ik zelf een goede zaak vind.

Sleutelwoorden: literaire geografie, geografische verbeelding, gevoel van plaats, identiteitsvorming, Sloveens Istrië

The network of memorials of Slovene literary culture as semiotic appropriation of (national) space (Marijan Dović)[uredi]

Het artikel dat geschreven werd door Marijan Dović gaat over gedenktekens en monumentale oriëntatiepunten van de Sloveense literaire cultuur. Het vormen van dit culturele landschap begon midden 19de eeuw. Op datzelfde moment begon ook het culturele nationalisme zich te verspreiden. Een aanleiding van het vormen van een dergelijk netwerk van monumenten is de canonisatie van nationale poëten of andere culturele heiligen. Dović dringt er echter op aan om niet enkel de culturele heiligen in dit onderzoek te betrekken, maar ook een aantal minder gekende, lokale schrijvers in het geheel op te nemen. Enkel op die manier kan men een representatief beeld krijgen van het gehele Sloveense netwerk van mnemotopen. Over het algemeen bevinden monumenten zich op plaatsen die een concrete link hebben met de auteur. Toch bevinden sommige monumenten zich op plaatsen die helemaal niets met de auteur te maken hebben bv. een straatnaam in een stad waar de schrijver nooit geweest is. Bij het schematiseren van alle gegevens moet men rekening houden met het tijdskader en het feit dat niet alle monumenten even belangrijk zijn. Wordt daar geen aandacht aan besteed dan zullen er fouten voorkomen. Dović probeerde aan de hand van deze gegevens een geografische kaart van het monumentale netwerk op te stellen. Daarmee wil hij visueel de ruimtelijke verdeling van verschillende soorten monumenten, mogelijke concentraties of schaarse gebieden en de relatie tussen centrum en periferie weer geven. Hij voegt toe dat een thematische kaart niet alle problemen zal oplossen, aangezien deze in sommige elementen niet voldoende inzicht biedt.

Het artikel geeft helder weer hoe en waardoor een dergelijk netwerk in Slovenië is ontstaan. Ik vind het vooral interessant hoe er rond een bepaalde schrijver een hele cultuur kan worden gevormd, waardoor monumenten van die persoon verspreid zijn over het land. Het is dan ook een pluspunt dat Dović lokale schrijvers opneemt in zijn onderzoek. Wel vind ik het jammer dat er geen kaart bij het artikel is gevoegd, aangezien toch een deel van de monumenten al op een thematische kaart zijn geplaatst.

Sleutelwoorden: monumenten, Sloveense literaire cultuur, canonisatie, culturele heiligen, cultureel nationalisme

The reading societies network and socio-geographic dynamics (Urška Perenič)[uredi]

In dit artikel probeert Urška Perenič de ontwikkeling van wederzijdse invloeden tussen sociaal-geografische factoren en de Sloveense literaire cultuur na te gaan. Ze onderzoekt dit aan de hand van de ontwikkeling van leesverenigingen in Slovenië en focust daarbij op de jaren 60 van de 19de eeuw. Dat is namelijk de periode waarin het ontstaan van de leesgezelschappen plaatsvond. Perenič is geïnteresseerd in de factoren die de ontwikkeling van een netwerk van leesgenootschappen en hun ruimtelijk verdeling over Slovenië hebben beïnvloed. De elementen die ze analyseert zijn de demografische structuur, de politieke en gerechterlijke organisatie, de administratieve afdelingen van gemeentes met leesgenootschappen en de ontwikkeling van het onderwijs. Wat betreft de gegevens in verband met de demografische structuur, baseert ze zich op de eerste uitgebreide Oostenrijkse-Hongaarse volkstelling van 1869.

Het is een boeiend artikel met een goede onderverdeling. Het artikel bestaat uit drie verschillende delen waarin iedere keer een ander beïnvloedende factor wordt besproken. Bovendien is het artikel zeer gedetailleerd. Er worden veel verschillende steden en regio's aangehaald. Dit kan, naar mijn opinie, soms voor problemen zorgen bij lezers met een geringe kennis van Slovenië. Voor Sloveniëkenners is dit artikel, net door de gedetailleerdheid, des te interessanter.

Sleutelwoorden: Sloveense leesverenigingen, 19de eeuw, demografische structuur, politieke organisatie, gerechterlijke organisatie, onderwijsinfrastructuur

The capital and centers of Slovene literature (Marjan Dolgan)[uredi]

Het doel van dit artikel is om het belang van bepaalde dorpen en steden, die politieke hoofdsteden, metropolen of centra in de Sloveense literaire geschiedenis waren, te analyseren. Marjan Dolgan, de auteur van dit artikel, bespreekt de redenen waarom bepaalde steden dergelijke status behaalden en anderen niet. Daarnaast beschrijft hij ook hun onderlinge relatie doorheen de verschillende historische periodes. Het is belangrijk om te weten dat Dolgan in dit artikel een terminologisch onderscheid maakt tussen de voornaamste stad, de hoofdstad en het literaire centrum. De culturele en literaire zetel van een land kan bv. verschillen van de hoofdstad. Dit terminologisch onderscheid onderbouwt hij met voorbeelden uit de Sloveense literatuur. Vervolgens vermeldt hij dat Wenen één van de belangrijkste steden was voor de ontwikkeling van de Sloveense literatuur. Tot 1918 was het ook hun hoofdstad. Ljubljana, de huidige hoofdstad, begon aan belang te winnen in de 13de eeuw. Een belangrijk keerpunt brak aan in de Verlichtingsperiode, toen er een scheiding kwam tussen wereldse en religieuze literatuur door de productie van de literaire kalender “Pisanice”. Dit was het eerste bewijs dat Ljubljana de zetel van de Sloveense literatuur was. De relatie tussen Ljubljana en Vienna bleef verder bestaan tot de jaren 20. Naast Wenen waren ook Klagenfurt en Triëst belangrijke literaire centra voor de Sloveense literaire cultuur. Na Wereldoorlog II emigreerden vele Slovenen die het communistische gedachtegoed niet deelden, waaronder ook schrijvers, naar Buenos Aires. Bijgevolg ontstond ook daar een centrum van de Sloveense literatuur.

Het artikel verwoordt goed waarom een hoofdstad niet altijd de literaire zetel is van het land. Verschillende redenen worden opgesomd. Ik had nooit stilgestaan bij het feit dat een land met verschillend officiële talen verschillende literaire centra kon hebben. Daarnaast wordt de evolutie van Ljubljana als literair centrum duidelijk weergegeven. Het is interessant te lezen hoe de stad zich opgewerkt heeft.

Sleutelwoorden: hoofdstad, literair centrum, Sloveense literaire geschiedenis, Ljubljana, Wenen, Klagenfurt, Triëst, Buenos Aires

Space and its geographical presentation in Slovene historical narratives (Miran Hladnik, Jerneja Fridl)[uredi]

Miran Hladnik en Jerneja Fridl richten zich in dit artikel vooral op historische verhalen. Die verhalen zijn overwegend gesitueerd in welbepaalde geografische plaatsen. Dit in tegenstelling tot het landelijke verhaal, waarin genoemde plaatsen vaak onbestaande zijn. Een sub-genre van de historische roman, waar de nadruk nog meer op locatie ligt, is de lokale historische roman. Dit genre is een thematische niche in de Sloveense literatuur. Schrijvers van andere nationale literaturen waren in dit genre niet geïnteresseerd. In deze romans worden lokaal belangrijke gebeurtenissen en personages beschreven. De locaties die in bovenstaande genres worden vermeld, kunnen weergegeven worden op kaarten. Om de kaarten op te stellen, heeft men bepaalde gegevens nodig. De problemen die bij dit proces voorkomen, worden door Hladnik en Fridl aangehaald. Moeilijkheden ontstaan er wanneer het verhaal in een denkbeeldige nederzetting is geplaatst en het dus niet over een bestaande plaats gaat. Ook wanneer de huidige plaatsnaam verschilt van de eerdere naam, kan dit complicaties met zich meebrengen. Bovendien moeten die gegevens in tabellen geordend worden voordat het geografische informatiesysteem (GIS) er een kaart van kan vormen. Hoe de gegevens geselecteerd worden, wordt ook besproken. Hladnik en Fridl gebruiken daarvoor korte voorbeelden uit een roman van France Bevk. Op bijgevoegde kaart is duidelijk te zien dat sommige regio’s en plaatsen vaker gepresenteerd worden dan andere. Dat komt door het feit dat die regio’s meer productieve schrijvers of kleurrijke verhalen hadden. Ofwel omdat die plaatsen van groter historisch belang waren.

Het is boeiend te lezen welke informatie ze precies uit verhalen selecteren om vervolgens tabellen en kaarten op te stellen. Het artikel werkt aan de hand van voorbeelden. Op die manier kan je het proces beter inschatten. Bovendien is er bij dit artikel een kaart gevoegd, waardoor je ook het resultaat kunt zien. De kaart geeft je een beter zicht op de verdeling van bestaande plaatsen die vernoemd werden in Sloveense historische romans.

Sleutelwoorden: landelijk verhaal, Sloveense historische roman, lokaal historische roman, GIS

Anton Martin Slomšek and the question of the unity of the Slovene cultural space (Matija Ogrin)[uredi]

Dit artikel, geschreven door Matija Ogrin, vertelt over Anton Martin Slomšek zijn inspanningen voor de taalkundige en culturele integratie van het Sloveense gebied tussen 1821 en 1862. De Sloveense culturele en geografische ruimte wordt voorgesteld in zijn reisverhalen van 1833, 1834 en 1837. Ook zijn correspondentie met andere schrijvers en intellectuelen wordt onder de loep genomen. Hij had een groot netwerk van culturele connecties, inclusief bijna alle culturele activisten van zijn tijd. Gegeven voorbeelden zijn Franc Metelko, Matija Čop. France Prešeren en vele anderen. Speciale aandacht wordt er besteed aan zijn werken over een eengemaakte Sloveense literaire taal en aan zijn creatief geschriften, voornamelijk zijn poëzie. Slomšek zijn bijdrage tot het verspreiden van het Sloveens nationaal bewustzijn was aanzienlijk, vooral in Karinthië en Stiermarken. In zijn eerste mis pleitte hij bijvoorbeeld voor een gemeenschappelijke Sloveense literaire taal die de regionale verschillen zou overwinnen en een indicator zou worden voor alle Slovenen van hun collectieve vooruitgang. Later, in het midden van de 19de eeuw, begon hij Sloveens te doceren. Daarbij voerde hij algemene normen in voor de literaire taal, die ook regionale varianten en dialecten omvatte. Elementen van de Sloveense ruimte duiken ook op als symbolen in zijn literaire werken, vooral in zijn gedichten. Eén allegorie wordt steeds herhaald namelijk het beeld van drie Sloveense rivieren (de Sava, de Drau en de Savinja) die uit drie verschillende landen komen, maar zich vervolgens verenigen in één enkele stroom. Deze allegorie representeert een gemeenschappelijke linguïstische en nationale cultuur voor alle Slovenen. Enkele voorbeelden van zijn literaire werk, waarin hij deze allegorie gebruikt, werden door Ogrin aan dit artikel toegevoegd.

Dat één enkele man voor zoveel invloed heeft kunnen zorgen, wat betreft de Sloveense taal en nationaal bewustzijn, is indrukwekkend. Ogrin geeft een goed overzicht van de verschillende stappen in zijn leven en de soorten werken die hij heeft geschreven. Het wordt duidelijk dat zonder zijn bijdrage de Sloveense taal er vandaag helemaal anders zou uitgezien hebben. Ik vind het goed dat Ogrin ook enkele extracten uit zijn literaire werken heeft bijgevoegd. Bovendien vind ik Slomšek zijn allegorie perfect om zijn idee te verwoorden.

Sleutelwoorden: Anton Martin Slomšek, nationaal bewustzijn, een eengemaakte Sloveense taal, de Sloveense literaire taal

Nationalizing the folksong tradition of Goriška Brda (Marjeta Pisk)[uredi]

Marjeta Pisk focust in haar artikel op de processen van het nationaliseren van de volkscultuur. De volksliederen traditie is een integraal onderdeel van het proces van natievorming. Het doel ervan is om een eenheid te creëren uit diverse lokale en regionale talen en culturen. De basis van het concept van traditie en folklore ligt in de moderne interesse om het verleden vast te leggen. Liederen worden benoemd tot volksliederen op basis van enkele criteria (bv. anonieme auteur, mondeling) en in tegenstelling tot andere liederen (bv. andere taal). Dit proces leidde echter tot standaardisatie en uitsluiting van andere liederen die toch een belangrijke plaats in het leven en in de zanggewoonten van het volk hebben. Op die manier werd er een soort nationaal canon van volksliederen gevormd. Extra nadruk komt bij dit artikel te liggen op de volksliederen traditie in Goriška brda. Een fundamenteel kenmerk van Goriška brda is zijn grenslocatie. Processen van nationalisering en 'het kweken' van de cultuur zijn beter waarneembaar in grensgebieden, omdat die hun eigen dynamiek hebben. In grenslocaties ontstaat er namelijk een uitwisseling tussen verschillende nationaliteiten. Bij Goriška brda was dat het geval tussen de Slovenen en het Friuliaanse volk. In de 19de eeuw, toen het concept van etniciteit opkwam, begon men het onderscheid tussen beide volkeren meer te benadrukken. Volksliederen in grensgebieden zijn namelijk meestal gefocust op verschillen gebaseerd op taal en uiteenlopende vormen van ontastbare volkscultuur. Men vormt een eigen identiteit door contact met anderen en de verschillen die daarbij voorkomen te accentueren. De bewakers van de nationale cultuur zagen de Fruliaanse liederen liever verdwijnen uit Slovenië en probeerden daarom de Sloveense volksliederen meer te verspreiden met behulp van koren. Het zingen van volksliederen is echter situationeel. De liederen die tegemoetkomen aan de behoeftes van de zangers en luisteraars blijven bestaan, bijgevolg zijn dat niet enkel de Sloveense liederen.

Voor volksliederen heb ik altijd al een interesse gehad. Het is fascinerend te zien hoe de eigenheid van een volk kan verderleven in een lied. Marjeta Pisk heeft op een boeiende manier uitgelegd hoe dit hele proces van nationalisering door het gebruik van volksliederen in elkaar zit. Pluspunt is dat ze er het voorbeeld van Goriška brda bijhaalt, dat door zijn grenslocatie een eigen dynamiek en ontwikkeling kende. Daarbij gebruikt ze steeds uittreksels uit verschillende teksten om haar punt te staven.

Sleutelwoorden: volksliederen, folklore, nationalisering, grensgebieden, Goriška brda

Recording sites and places named in select Slovene folksongs (Jerneja Vrabič)[uredi]

Jerneja Vrabič haar artikel onderzoekt de fysieke ruimte die optreedt bij het lezen van werken in de collectie Slovenske narodne pesmi [Sloveense volksliederen, 1895-1923]. In 1887 deed Karel Štrekelj een oproep aan het volk om verschillende materialen van nationale waarde in te dienen bij hem. Hij wou alle “nationale schatten” samen publiceren. Jože Glonar kreeg de taak om het geheel van humoristische liederen samen te stellen. Hij werkte, na Štrekelj zijn dood, verder aan de collectie Slovenske narodne pesmi en voltooide deze ook. Hij verzamelde de liederen met hulp van 78 verschillende mensen die er opnames van maakten. De analyse in dit artikel omvat 148 humoristische en spottende liedjes. De bijgevoegde kaarten laten zien waar de liederen opgenomen werden, als ook welke plaatsen erin vermeld werden. Bij dit proces is er gebruik gemaakt van Excel, online kaarten en het geografische informatiesysteem (GIS). De eerste twee kaarten tonen dat de meeste liederen opgenomen werden in de regio’s Gorenjska en Stiermarken. Als ook de varianten worden toegevoegd, wordt Slovenië in toenemende mate gedekt. De derde kaart beschouwt de reële plaatsen die in liederen vernoemd werden. De meest genoemde plaats buiten Slovenië is in dit geval Graz. Ook Linz, Rome, Triëst, Wenen en Zagreb werden genoemd. Voor het grootste gedeelte worden deze plaatsnamen vermeld in de serie liederen “Rokodelci brez orodja” [Vakmannen zonder gereedschap], betreffende mensen die eind 19de, begin 20ste eeuw gingen werken in verre oorden. Graz en Wenen werden verder nog vermeld in liederen van de serie Kamnik. Kamnik was in de liedjes de meest vermelde Sloveense stad. Sommige plaatsnamen konden niet aangeduid worden op de kaarten, omdat het geen bestaande plaats was ofwel omdat er verschillende steden waren met dezelfde naam. Ook door taalgebruik in de liedjes kon men de plaats niet afleiden, aangezien die noch in standaard Sloveens noch in een dialect geschreven waren.

Ik vind het een interessant initiatief om dergelijke kaarten te maken. Zo kan men visueel de verdeling zien waar de liederen opgenomen werden en welke reële plaatsen erin vermeld werden. Het artikel is logisch opgebouwd en er wordt goed vermeld hoe het proces bij het maken van de kaarten verloopt.

Sleutelwoorden: volksliederen, Slovenske narodne pesmi, GIS, fysieke ruimte

The Šavrinka, Šavrin, and Šavrinija in ethnography and literature (Špela Ledinek Lozej, Nataša Rogelja)[uredi]

Dit artikel, geschreven door Špela Ledinek Lozej en Nataša Rogelja, is gebaseerd op het etnografisch veldwerk van arbeidsmigranten in Istrië. Het steunt op de analyse van literaire werken waarin direct of indirect het fenomeen van de Šavrinkas, de Šavrins en de Šavrinija wordt geïnterpreteerd. Eigenlijk de werken die een cruciale rol speelden in “de Šavrinisatie” van het noordoostelijke deel van het Istrische platteland. Het artikel besteed aandacht aan het vormen van het literaire imago en de Šavriniaanse identiteit vanuit de focus van de etnografie, de materiële cultuur en het leven van individuele personen zelf. Eerst wordt er gekeken naar levensverhalen van vrouwelijke arbeidsmigranten van noordoost Istrië, die bezig waren met handel tussen Istrië en Triëst in de 20ste eeuw. Het levensverhaal van Marija Franca wordt als voorbeeld gebruikt. Verder wordt er aandacht besteed aan de materiële cultuur, de interactie van personen binnen die cultuur en de opkomst van beelden die bijgedragen hebben tot de “Šavrinisatie”. De relaties tussen de handelsreizigers, hun leveranciers en hun klanten waren zeer standvastig en betrouwbaar. Klanten waren vaak armer dan de venters zelf, waardoor die laatste regelmatig goederen op krediet gaven. Die betaalden ze aan de marskramers geleidelijk af met eieren. Er werden twee beelden gevormd van de venters onder de dorpelingen. De eerste was die van een hardwerkende, moedige en onvermoeibare vrouw, die verantwoordelijk was voor het overleven van hun huishouden. Het andere beeld was dat van een sterke, onafhankelijke, wereldlijke en ervaren vrouw met uitstekende communicatie vaardigheden. De interactie met het volk van centraal Istrië zorgde voor nog een voorstelling. Zij noemden de venters “Šavrinkas”, aangezien ze voor hen van “Šavrinija” kwamen, en beschouwden ze als hardwerkende vrouwen die eerlijk betaalden en de hele weg wandelden zonder begeleiding van hun echtgenoten. Op deze beelden gingen schrijvers en andere artiesten zich baseren om het beeld van de “Šavrinkas” in literatuur e.d. te creëren. Dezer dagen worden de “Šavrinkas” geromantiseerd, waardoor de “Šavrins” en “Šavrinija” meer op de achtergrond komen te liggen. Het toerisme maakt daar natuurlijk op een slimme manier gebruik van. Tegenwoordig worden er bv. excursies gehouden waarbij de bezoekers de wandelroutes kunnen volgen van de “Šavrinkas”.

Voor het lezen van dit artikel had ik nog nooit gehoord van “Šavrins”, “Šavrinkas” of “Šavrinija”. Dit verslag heeft dus voor een verrijking van mijn Sloveense kennis gezorgd. Ik vind het moedig dat de “Šavrinkas” die tochten keer op keer aflegden en zo geld voor hun gezin verdienden. Het was boeiend om te lezen hoe verschillende beelden van deze vrouwen gevormd werden. Ook interessant is het feit hoe het toerisme de dag van vandaag gebruik maakt van het ondertussen geromantiseerde idee van deze vrouwen en hun voettochten.

Sleutelwoorden: Šavrinisatie, Šavrinkas, handelsreizigers, Istrië, Triëst, vrouwenarbeid